Food Truck Mania

De Food Truck. Een paar jaar geleden hadden nog niet zoveel mensen van het concept Food Truck gehoord, tegenwoordig schieten de Rollende Keukens-aftreksels als paddestoelen uit de grond, overal in Nederland. Ik weet nog niet zo goed wat ik er van vind.

Ik ben een groot voorstander van beter eten op festivals. Door de komst van de Food Truck is er niet meer alleen sprake van pizza, patat en hamburgers, maar kun je de lekkerste gerechten krijgen, die tevens aangepast zijn op vele soorten diëten. Zo zijn er Food Trucks die vegetarisch eten serveren, zo zijn er Food Trucks die Indiaas eten serveren en ga zo maar verder.

Ik heb hier vooral voordelen van ervaren toen ik vorig jaar op Sziget was (http://nl.szigetfestival.com). Hier stonden verschillende zones met allerlei verschillende Food Trucks waar je allerlei soorten eten kon krijgen. Aangezien je een hele week op dit festival bent, heb je geen zin om de hele week alleen maar fast food te eten. Daarom was ik heel blij dat er verschillende soorten eten te krijgen waren.

Afgelopen zomer was ik op Best Kept Secret festival in Hilvarenbeek. Hier stond de Food Truck van Vleesch noch Visch. De naam zegt het al: het is geen vlees, het is geen vis, het is dus vegetarisch eten. Hier kon je heerlijke tofu-gyros krijgen (http://www.vleeschnochvisch.com). Toch voel ik een verwondering bij de komst van deze Food Truck. Waarom zou je een product creëren dat normaal gesproken draait om het vlees-product (de gyros), maar dan zonder het hoofd-ingrediënt?

Vleesch Noch Visch heeft als missie het eetgedrag van consumenten positief te beïnvloeden en de vleesconsumptie te verminderen door een duurzaam en vegetarisch streetfood concept te bieden. Door middel van een gevarieerder en gezonder streetfood aanbod kunnen consumenten gezondere en duurzamere keuzes maken. Beter voor mens, dier en milieu.

Ik vind het mooi dat Vleesch noch Visch deze overtuiging heeft. Desondanks smaakt het namaak-vlees niet als vlees. Je mist de draadjes die je het vlees herkenbaar maken. Ik vind het bizar dat ze met een concept komen dat het eten dat mensen kennen na proberen te maken. Ik vind het ongelofelijk dat ze proberen iets dat heel lekker is na te maken, met iets dat er eigenlijk niet mee vergelijkbaar is. Ik denk dat het beter zou zijn een nieuw soort product te bedenken, het geen gyros te noemen, want dat is het niet. Ik ben dus 100 procent voorstander van beter eten maken, dat goed is voor mens, dier en milieu, maar creëer dan een nieuw product en geen aftreksel van een bestaand en geliefd product.

Aan tafel met…

Tim en Nicolaas!

Voor hun project Super Stream Me streamen Tim den Besten en Nicolaas Veul hun hele leven, 24/7, 18 dagen lang (http://www.vpro.nl/superstreamme.html). Ik ben hooked. Ik zit de hele dag naar deze jongens te kijken. Eerder deze week gewoon terwijl zij op de bank zaten thuis met hun telefoon te spelen. Ik zat thuis in mijn eentje en had hierdoor een soort gevoel dat ik niet alleen was. Ik ben gefascineerd door dit project. Afgelopen donderdag kwamen er vriendinnen over de vloer. Ik had ze verteld over Super Stream Me en moest natuurlijk even laten zien wat er gebeurde. Zodoende kwam ik terecht bij een etentje van Nicolaas met zijn buurvrouw Mas en sportschool-maatje Maxime Hartman.

Het was een gekke gewaarwording. De camera stond er naast, we zaten mee te kijken en ik kreeg door Nicolaas het gevoel dat ik er ook daadwerkelijk bij was. Ik zat te luisteren naar wat ze vertelden en op het moment dat het voor mij niet vanzelfsprekend was waar het over ging, legde Nicolaas uit waar het over ging. Er was bijvoorbeeld een moment dat ze aan het praten waren over een persoon, waarbij hij zich even tot de camera richtte en uitlegde wie die persoon was.

Ik zat bij een gezellig etentje, met mijn eigengemaakte eten voor me. Ik had ook een glas wijn naast mijn bord staan en zodra mijn eten op was en het toetje nog moest komen waren zij op hetzelfde punt op de avond. Het fascinerende aan dit experiment vind ik dat het het lijkt alsof je er bij bent en je ook het gevoel krijgt dat je deel bent van hun leven. Daarmee ontstaat voor mij ook het gevoel constant te reageren op wat ze zeggen en mijn eigen onzin ook met hen te delen.

Tijdens het etentje begon het moment te ontstaan dat iedereen zich bewust was van de camera en ze zich raar gingen gedragen naar eigen zeggen. Ik heb dit moment gemist, omdat ik zelf natuurlijk ook met vriendinnen aan tafel zat. Op het moment dat ik weer naar het scherm keek begon Nicolaas net uit te leggen wat er aan de hand was, maar het was ook gek op het beeld, alsof je zelf even aan de kant werd gezet. Je kreeg niet meer het gevoel dat je er deel van uitmaakte, maar gewoon alsof je televisie kijkt, waarbij ze vaak ook een shot draaien van veraf, waardoor je van afstand ziet hoe het gesprek er uitziet. Dit is niet iets wat je in je dagelijks leven ziet. Je ziet niet gebeuren dat je met iemand staat te praten, maar je ondervindt het gewoon.

Al met al is het een heel vreemd, bizar en intrigerend experiment. Ik vraag me af hoe de jongens hier achteraf op terug kijken. Ik merk zelf dat ik zo geabsorbeerd ben in hun leven dat ik het vervelend vind te zien dat ze onenigheid hebben, alsof je als derde persoon naast een ruzie zit tussen twee personen, maar niet weg kunt lopen. Er wordt niet gerecapituleerd als op televisie met een quote, maar je ziet het gewoon gebeuren en ervaart de ruzie zoals zij het ook ervaren, maar dan zonder in hun hoofd te kijken. Voorlopig blijf ik nog even kijken, maar ik weet niet hoe lang ik me hier nog gemakkelijk bij voel. Het etentje was daarna weer erg gezellig overigens!

Opwarm eten

Het opnieuw opwarmen van eten is een zonde. Het eten wordt nimmer zo lekker als het de dag ervoor was en zelfs de voedingswaarde blijft niet hetzelfde, waarom doet men het dan toch?

Ik heb vandaag eten opgewarmd. Sommige dagen maak je een gerecht waarvan je weet: dit is sowieso véél te veel om nu op te eten. Als het een beetje teveel is, eet ik het namelijk gewoon op. Zodra je weet dat er genoeg over blijft om nogmaals van te eten, ben ik geneigd dat te doen. Zo ook gisteren. Gisteren ben ik gaan eten bij een vriendin. Ze had lasagne gemaakt met verse lasagne-bladen. Ik had nog nooit eerder verse lasagne-bladen uit de supermarkt gegeten, maar het was echt SUPER lekker. Ze had echter genoeg gemaakt voor een heel weeshuis en stelde voor dat ik een stuk mee zou nemen voor vandaag. Aangezien ik alleen moest eten vanavond, vond ik dat best wel een slim idee.

Over het algemeen wordt eten wanneer je het opwarmt een beetje waterig, zo niet deze lasagne. Vriendin in kwestie heeft een half jaar in Rome gewoond. De place to be als het gaat om pasta’s, pizza’s, risotto’s en andere Italiaanse gerechten (duh.) Ze heeft hier sowieso geleerd wat lekker eten koken is na al die maanden pasta eten! Er zijn zo van die momenten waarop het moeilijk is om je plekje te vinden. Dat had deze vriendin ook toen ze aankwam in Italië. Je zou zeggen dat voldoende Italiaanse wijnen, gelato en pizza haar er doorheen zouden slepen. Gedeeltelijk is dat natuurlijk waar. Wanneer ze me vertelt hoe erg ze Italië mist, heeft ze het over de momenten waarop ze in de zon een Cappuccino dronk en een Cornetto at als ontbijtje. Daar gaat mijn hart natuurlijk ook sneller van kloppen. Wat haar er werkelijk doorheen heeft geholpen is dat ze mensen heeft gevonden die om haar gaven en het eten met haar wilden delen.

Dit is ook wat ik gemerkt heb toen ik in Valencia was afgelopen april. Ik was in mijn eentje en dat was op zich nog niet zo’n groot probleem. Het werd pas een probleem op het moment dat mijn eerste avondmaaltijd zich aandiende. Ik heb al eerder over mijn avonturen geschreven in de gaybar, maar op het moment dat ik in een leeg restaurant zat, in mijn eentje aan een tafel met HEERLIJK Iberico varken op mijn bord, besefte ik dat het eten van eten pas leuk wordt wanneer je het kunt delen. Er is een ware hype op Instagram ontstaan omtrent het fotograferen van je voedsel en dat met de wereld delen. Mensen kunnen het dan liken dat jij iets eet. Wanneer je dan niemand tegenover je hebt zitten, moet je het maar op deze manier doen. Het blijft vreemd dat de meeste van deze foto’s genomen worden op het moment dat er nog geen hap van het eten genomen is.

Er gaat wat dat betreft een tweestrijd in mij schuil wanneer ik lekker eten eet. Aan de ene kant wil ik het heel graag delen, maar aan de andere kant wil ik het heel graag echt goed proeven. Ik moet dan tijdens het kauwen even een andere kant op kijken (het is gek dat je denkt dat mensen je niet kunnen zien als je ze niet ziet kijken). Vervolgens, wanneer de hap doorgeslikt is, wil ik heel graag aan iemand (meestal mijn tafelgenoot) laten weten hoe lekker het is. Het kreunen bij het nemen van een hap is daar een van de gekke gewoontes van. Dit hoef je niet te doen, maar toch doe je het. Dit is eigenlijk een beetje hetzelfde als het maken van een foto. Door het maken van een foto van je eten bevestig je dat je eten lekker is, hoewel het er alleen nog maar lekker uitziet. Je doet het om te laten weten hoe lekker je eet, wat in principe overeenkomt met het kreunen bij de eerste hap (serieus: hoe vaak hoor je mensen bij hun tiende hap nog kreunen?)

Misschien is dat het punt bij opwarm eten: het is niet mooi genoeg om er een foto van te maken. Plus, je warmt het op omdat je in je eentje gaat eten, dus is het minder lekker. Misschien ligt het dan toch niet altijd aan het opwarm-eten en moet ik niet alle opwarm-gerechten over een kam scheren. Misschien ligt het ook wel aan het opwarm-eten en moet ik gewoon eens proberen er een foto van te maken, zal vast helpen.

Het leven is geen krentenbol

Dit is een spreekwoord dat ik echt heel erg vaak gebruik wanneer mensen weer eens over hun leven lopen te klagen. Maar waar komt het eigenlijk vandaan?

De uitdrukking lijkt na enig Googlen te betekenen: Het leven is niet altijd een feest, je hebt met tegenslagen te maken waar je mee moet omgaan. Met een vriendin had ik een discussie dat als het goed was geweest het wel een mueslibol was geweest. Dat is lekkerder, want er zitten noten in. Het leven is geen krentenbol is dan ook een uitdrukking die eigenlijk niets zegt, waardoor het alles open laat. Het is geen krentenbol, maar wat is het dan wel?

Een equivalent van het gezegde is: het leven is net een krentenbol, met af en toe een hard stukje. Dit vind ik logischer klinken, want het is ergens mee te vergelijken. Een krentenbol heeft inderdaad af en toe een hard stukje in het broodje zitten. Een krentenbol is zo’n typisch broodje dat altijd lekker is om te eten, maar deze harde stukjes zijn vervelend. Ik ken een jongen die zelfs iedere week de woensdag-aanbieding bij de AH haalt, een X aantal krentenbollen voor een euro. Deze broodjes zijn zoet en zijn lekker genoeg om te eten zonder beleg. Dat kun je vergelijken met het leven, het leven is goed genoeg. Met een beetje roomboter zou het nog lekkerder zijn, met een hard stukje is het net wat minder lekker.

Maar dan blijft het dilemma van ‘het leven is geen krentenbol’. Ik wil hier graag nog een spreekwoord bij betrekken: de krenten uit de pap halen. De krenten staan voor het lekkere in het leven, waar de pap, of het brood, het normale gedeelte is. De krentenbol zit vol met krenten, daarom is het leven geen krentenbol. Maar je kunt het leven niet zonder de krenten hebben en ook niet zonder de harde stukjes. Net zoals je de krenten niet in je broodje kunt krijgen zonder de harde stukjes. Het deeg van de krentenbol is het leven, de krenten zijn het goede, de harde stukjes het slechte en samen vormen ze het bestaan. Daarmee is het leven dus eigenlijk wel een krentenbol.

Ik denk dat ik mijn lijfspreuk moet aanpassen.

Water bij de wijn

Jullie zullen je wel afvragen hoe het gaat met mijn “beter opletten met wat ik eet”. Nou, ik kan daar maar beter gelijk eerlijk over zijn. Rip de band aid, noemen ze het ook wel. Het gaat dus best wel slecht met dat opletten van mij. Een klein overzichtje?

Maandag: kant en klare maaltijdsalade van de AH. Redelijk prima, maar het is natuurlijk bekend dat dit geen gezonde maaltijd is wanneer je moet opletten.

Dinsdag: uit eten + fles wijn (hier zal ik verder geen woorden aan vuil maken).

Woensdag: twee wraps met groenten, maar wel de hele dag op een boot bij SAIL gezeten en daarbij de nodige zoute versnaperingen genuttigd.

Donderdag: barbecueën.

Vrijdag: om elf uur ‘s avonds nog even snel een Turkse pizza met döner naar binnen gewerkt.

Zaterdag: barbecueën.

Zondag: De eerste goede dag sinds ik dit heb besloten! Vandaag heb ik zelfs twee uur en een kwartier MTB door de bossen gedaan. Na het mountainbiken had ik zo vreselijk veel honger. Ik moest mijn eiwitten binnen krijgen om mijn spieren te herstellen, mijn suikers om mijn suikerniveau weer op peil te krijgen en ik heb dus een bakje magere kwark en een sinaasappel gegeten.

Ik zal het doel van dit artikel even verduidelijken: ik heb gezegd niet te pretenderen dat ik weet wat gezond eten is en hoe je afvalt. Dat dit niet de juiste methode is weet ik natuurlijk ook. Wel ben ik weer gaan sporten, heb deze week beduidend minder gesnoept. Doch heb ik vier van de zeven dagen alcohol genuttigd en ga vanavond waarschijnlijk ook nog wel ergens een biertje drinken.

Ik ben zeker niet verslaafd aan alcohol, maar in een gemiddelde week gaan er toch meerdere dagen voorbij waarop ik drink. Ik vind het gezellig om een drankje te doen met vriendinnen en als je mij voor de keuze zet: wijn of thee, weet ik het wel! Een goede wijn bij het eten zorgt er voor dat het eten lekkerder smaakt. Een lekker glas wijn op het terras zorgt toch net even voor een andere sfeer dan een spa rood.

In het restaurant waar ik werk zie ik het ook gebeuren. Mensen drinken overdag vrijwel geen alcohol, maar tijdens het diner zijn er maar weinig mensen die er bewust voor kiezen om niet te drinken. Laatst was ik de gastvrouw van een zwanger stel. Ze kwamen nog even eten voordat ze naar zwangerschapscursus zouden gaan. Vrouwlief zat aan de spa rood, manlief had een prosecco vooraf en bij iedere gang een bijpassende wijn. Ik zag de vrouw snakkend naar ieder glas wijn kijken en begreep haar volkomen. Het is niet voor niets dat er wijnsuggesties bij eten worden gedaan en dat een tafel wordt ingedekt met een water- én een wijnglas! Water drink je naast je wijn om alles weer even te neutraliseren, maar de wijn drink je om het gerecht meer smaak te geven.

Water bij de wijn doen, het is een spreekwoord. Ik heb graag een glas water naast mijn wijntje. Ik drink mijn glas wijn alleen net wat liever. Dit is ook de reden dat ik niet ga afvallen, maar ik doe water bij de wijn en snoep even wat minder!

Eten in de bajes

Let op: Spoiler alert!

Orange is the New Black is een van die series die ik heerlijk vind om te volgen; de problematiek van de vrouwen in de Litchfield gevangenis. Van de kleine dagelijkse probleempjes tot de grote problemen die de reden van hun komst in de gevangenis hebben veroorzaakt, maar ook de problemen waar ze dagelijks mee kampen die buiten de hekken van de gevangenis plaatsvinden en waar ze weinig tot geen invloed op hebben.

Eén van de problemen in seizoen drie is het eten. Nadat “Red” de keuken weer overneemt krijgen de vrouwen in de Litchfield gevangenis zakken eten die alleen maar opgewarmd hoeven te worden. Deze zakken eten bevatten complete maaltijden, maar zijn volgens de dames niet te vreten. Er ontstaat een illegale handel waarbij de vergoeding de zakjes uit de noedels zijn die smaakstoffen bevatten.

Op een gegeven moment maakt Red ratatouille van eigen verbouwde groenten uit de gevangenismoestuin. De vrouwen die in de keuken werken staan om een tafel heen, proeven het gerecht en zeggen: “I feel…” Red vult aan: “Like a person.” De vrouwen wordt na hun vrijheid om te gaan en staan waar ze willen, hun vrijheid om te zeggen wat ze willen, ook hun vrijheid om goed te eten weggenomen. Het gevoel dat je te eten krijgt waar je lichaam naar snakt en het voeden van je smaakpapillen met lekker eten zijn volgens de schrijvers van OITNB dus een van de eerste dingen die je kunnen helpen om je een persoon te voelen en ik kan niet anders zeggen dan dat ik het met hen eens ben.

Schermafbeelding 2015-08-22 om 22.22.22

Restaurant West in Utrecht

Deze week was ik uit eten via de restaurant-actie van Albert Heijn. Voor degenen die het niet weten: de actie houdt in dat je bij iedere tien euro aan boodschappen en bij actie-producten een zegel krijgt. Bij tien zegels krijg je het tweede drie-gangen diner gratis.

Ik houd van uit eten gaan en doe dit het liefst elke week minstens een keer. Ik vind het van cruciaal belang dat ik dan de gerechten op de kaart neem die ik thuis niet kan maken, of die speciaal zijn. Meestal wanneer ik uit eten ga met vriendinnen zoeken we iets uit wat we beiden lekker vinden zodat we dan halverwege het gerecht kunnen wisselen en we beide gerechten kunnen proeven.

Deze week was ik bij Restaurant West in Utrecht (http://www.restaurantwest.nl). Bij dit restaurant hadden ze tot mijn verrassing een sam sam-concept. We konden bij het voor-en hoofdgerecht kiezen uit twee gerechtjes, je betaalde dan de helft van ieder gerecht en kreeg tevens een halve portie. Ik vind dit dus echt een top-optie! Ook omdat je een half voorgerechtje kunt nemen als je niet zo’n grote maag hebt.

Als voorgerechten heb ik een salade gehad met echte buffelmozzarella, ik vind dit dus echt een hemels product. De mozzarella die ik normaal gesproken koop, komt gewoon uit de supermarkt en er zit amper smaak aan en heeft een beetje een rubber-achtige structuur. Er zaten stukjes pompoen bij. Met pompoen kun je mij altijd blij maken!

Als hoofdgerecht heb ik eendenborst met honing-portsaus gehad. Het was verschrikkelijk lekker! Het lag op een bedje van ogenschijnlijk een gek soort aardappeltjes, maar op het moment dat ik het in mijn mond stopte proefde ik het: gekarameliseerde appeltjes. Dit was echt een fijne verrassing en zo heerlijk!

Als nagerecht had ik een rabarber-crumble met vanille saus. Ik zat al vreselijk vol, dus de kans was niet groot dat ik een zwaar chocolade dessert naar binnen zou krijgen. De crumble was ook een hele goede keuze! Het zurige van de rabarber in combinatie met het zoete van het ijs en het knapperige van de crumble.

Kortom: ik heb bij restaurant West van iedere hap genoten. Gaat dat eten!

De menukaart Hoofdgerechten Nagerecht

Avonturen in Spanje

In april ben ik een weekje naar Valencia geweest. Een fantastische stad met veel oude architectuur, mooie pleinen, UNESCO werelderfgoed en een strand. Het was een heerlijke plek om te zijn en ik heb me hier verwonderd over verschillende dingen. Deze verwondering zal ik stukje bij beetje gaan delen.

Ik kwam op zondag aan in Valencia. Ik had die avond er voor gewerkt bij mijn bijbaantje in een restaurant en ben daarna nog lekker blijven naborrelen, om vanuit werk gelijk door te gaan naar het station. Rond drie uur ’s nachts stond ik op Utrecht Centraal en kon ik met de trein naar Schiphol gaan. Ik heb de hele nacht gereisd en dus niet geslapen.

Toen ik eenmaal in Valencia was heb ik daarom maar besloten lekker op pad te gaan richting het strand om daar te slapen en chillen. Uiteindelijk ben ik niet verder gekomen dan het park, met een bak Spaanse aardbeien en een biertje. Die aardbeien joh, zo zoet! Die middag waren een paar aardbeiden dus mijn lunch, maar ik had er niet bij nagedacht dat de Spanjaarden dus pas na half negen hun diner verorberen. Rond half acht begon ik trek te krijgen en ben ik op pad gegaan om te kijken of ik ergens al wat te eten kon krijgen. Er was een heerlijk tentje met de uitstraling van een oude Spaanse woonkamer. Het was er een beetje verduisterd, er stonden de meest lelijke houten beelden en kleine koffietafeltjes met banken en fauteuils er om heen. Ik wilde hier zo graag eten!

Helaas voor mij, bleken zij enkel tapas te serveren in de vorm van een plankje met een paar stukjes ham en kaas. Daar zou ik me natuurlijk na een dag niet eten niet voldaan van voelen. Ik ging dus de straat maar weer op. Daar stond een man heel enthousiast naar me te zwaaien aan de overkant van de straat. Ik dacht: die man heeft vast eten! Het is een beetje wat ik gewend ben van de toeristenplekken in het buitenland, dat de mensen op straat naar je staan te wuiven en je complimenten geven in de hoop dat je bij hen naar binnen komt. Deze man niet. Hij begon in het Spaans een gesprek met me. Uiteindelijk ben ik door de beste man mee naar binnen gesleurd om een borrel met hem te drinken.

Op dat moment besefte ik dat die beste man dronken was, een gigantisch gat in zijn broek (bij zijn kruis) had en ik in een gay bar terecht was gekomen waar geen eten was…

Pepaprika!

De paprika, een super onsexy product. Een groente, of nee, een vrucht van de paprikaplant. Een zoete vrucht die meer op een groente dan op fruit lijkt, welke rauw en gebakken wordt gegeten. Door allerlei gerechten gaat, maar ook zo uit het vuistje wordt gegeten. Deze vrucht bevat meer vitamine C dan een sinaasappel, maar waar komt de paprika eigenlijk vandaan?

De paprika is lid van de nachtschadefamilie. Andere producten die we eten welke deel uitmaken van deze familie is onder meer de aardappel, tomaat en de aubergine. Naast deze producten horen ook de tabaksplant en de Petunia tot deze familie. De paprika komt uit Zuid-Amerika en is hier eeuwen geleden naartoe gebracht door ontdekkingsreizigers. Sommige mensen pretenderen dat een paprika een andere smaak en vorm krijgt door klimaat en grond. Zo heb ik een keer iemand horen beweren dat op het moment dat je een Nederlandse paprika in de grond stopt in India, je na drie oogsten een pittigere, puntigere paprika krijgt die meer op een peper lijkt. Het is mogelijk, maar of het echt waar is, moet nog eens aan een proef onderworpen worden. Er is echter wel iets vreemds aan de hand met de paprika’s.

De paprika die gebruikt wordt voor paprikapoeder, het paprikapoeder dat over alle producten gaat waar een paprika-smaakje aan moet zitten, wordt namelijk niet gemaakt van een gewone paprika. De Nederlandse paprika-teelt is enorm, sommige bedrijven produceren meerdere tienduizenden paprika’s per dag in een grote kas. De paprika’s die gebruikt worden voor paprikapoeder komt echter niet uit Nederland. Het is de puntvormige peper die je bovenaan deze pagina ziet. De pepers die gebruikt worden voor paprikapoeder zijn pepers uit Peru, deze worden in Spanje tot poedervorm vermalen en komen dan naar Nederland. Deze pepers hebben een pittiger smaak dan de zoete Nederlandse paprika’s en zorgen dus voor de “paprika”-smaak aan je chips, vlees en vele andere gerechten. Er staat echter wel altijd een plaatje van de Nederlandse paprika op de verpakking van deze producten.

Waar komt de verwarring tussen de paprika en de peper vandaan? En waarom wordt paprikapoeder dan van pepers gemaakt? De verwarring is ontstaan in Hongarije. De Hongaarse naam voor peper is paprika. De Hongaren maken allerlei producten met paprika, denk maar eens aan de Hongaarse Goulash. Toen de Hongaren zoete pepers gingen exporteren met de naam paprika heeft de Nederlander deze naam schijnbaar klakkeloos aangenomen. In het Engels en het Spaans bijvoorbeeld, heet een paprika gewoon een peper: pepper en pimiento zijn de namen van de peper én van de paprika. Het vergelijkbare potje met Cajun kruiden gebruik ik vaak als versterker van het paprikapoeder. Qua smaak is cajun nog net wat pittiger dan paprikapoeder, dit komt doordat het een mix is van een aantal kruiden. Ik vraag me af waarom we dan niet gewoon cajun gebruiken voor de pittige smaak en het paprikapoeder gaan maken van (zoete) Nederlandse paprika’s, wanneer producenten zo graag zo’n plaatje op hun product plakken.

Pimiento

Tinder-taf(er)elen

“Heb je pindakaas gegeten op die ene foto?”

Ik ben gek op pindakaas! Kan die jongen het zien aan mijn foto’s? Vroeger konden vreemden altijd zien dat ik een kind van mijn ouders was aan mijn neus. Werkt dat ook zo met pindakaas? Kun je aan mijn neus zien dat ik van pindakaas houd? Of gaat hij er vanuit dat ik van pindakaas houd, omdat het nou eenmaal verrukkelijk is? Heb ik toevallig een Facebook-pagina geliked over pindakaas?

“Vast wel! Welke foto?”

Enthousiast reageren zodat je niet overkomt als een of ander contactgestoord persoon, maar ik wil nu wel weten waar het over gaat!

“Haha”

“Foto 7”

Hmm… Je kunt op Tinder maar zes foto’s plaatsen. Waar wil hij naartoe? Natuurlijk begrijp ik ook: het is Tinder. Een uitgerangeerde dating-app, waarop momenteel voornamelijk enge mannetjes staan die hopen op snelle seks. Tinder is echter mijn vermaak wanneer ik me even verveel. Ik ben niet op zoek naar de liefde via Tinder, maar het biedt een soort uitweg, een gevoel alsof je op een avondje thuis, een bezoek aan het toilet of tijdens een treinrit toch de mogelijkheid hebt de liefde van je leven te vinden. Ik bedoel te zeggen dat ik mijn chocola met heel mijn hart liefheb, maar het lijkt altijd alsof chocola niet van mij houdt. Hoe kan, behalve via een fleurige verpakking, chocola nou laten weten dat hij wil dat ik hem op eet? Die jongen was hier echter meer dan duidelijk over.

“Haha ja die foto moet nog gemaakt worden”

“Tijdens onze date”

“Als we samen pindakaas eten”

Dat klonk voor mij als een redelijk aparte date. Wat me dan wel nieuwsgierig maakt, is welk soort pindakaas deze jongen eet. Ik ben zelf een groot liefhebber van Calvé met stukjes noot: het genot van de pindakaas, maar minder plakkerig. Het leek hem niet zoveel uit te maken.

“Calve”

“Met en zonder” 

“Geen light” 

“Ik smeer een beetje op jou”

“En op mij”

“En dan eten we het er af”

Ik vind dit dus echt heel erg vies.